|
Over ons
|
Checklist

Reisverslag

RSS

Op hoop van zegen

19 juli 2018

Onze planning om die dag in Urmia aan te komen was aardig in de war geschopt door de motorpech en dat de dag anders zou gaan lopen was al snel duidelijk. In Nederland zijn we verwent  door de ANWB en hebben we overal toegang tot het Internet. In Iran ben je overwegend afhankelijk van de behulpzaamheid van andere mensen. Hier geen snel internet, niet op elk uur van de dag elektriciteit, geen facebook of Instagram. Ook booking.com waar we normaal gesproken onze hotels boeken werkt hier niet. Facebook werkt alleen via een VPN verbinding (een soort van omweg via het buitenland). Daar stond ik dan op een rotonde ergens in Iran met een thermoskan thee en een vriendelijke boer. Het verkeer raasde luidruchtig toeterend voorbij bij het zien van een westerse dame in motorpak. We stonden te wachten, ik wist alleen niet waarop. Aad reed zonder Garmin dus ik was benieuwd of hij de weg zou kunnen vinden. Maar als een soort wonder, hoorde ik opeens mijn motor aankomen met een breed lachende Aad er op. Pfff…ik moet bekennen dat het toch wel een opluchting was. In Nederland had ik via facebook contact gehad met Hoessein, een motorrijder uit Iran met een hostel. Ik had hem laten weten dat als we in de buurt van Urmia zouden zijn we bij hem langs zouden komen. Blijkbaar had iemand hem gebeld, want ook hij stond opeens op diezelfde rotonde en gebaarde het hele gezelschap hem te volgen naar een monteur in de stad. De shop zag er zo uit zoals je je dat voorstelt, een groezelig vet hok vol met gebruikte onderdelen en uit elkaar gehaalde brommertjes voor de deur. Geen zorgen zei Hoessein, deze monteur kan echt alles maken! De ondertussen toegestroomde mannen knikten instemmend. Op hoop van zegen, dachten we en hebben de motor achtergelaten. In het hostel van Hoessein werden we vriendelijk ontvangen door de hele familie. Schoenen uit en eerst thee drinken in de keuken die ook diens deed als eet, woon en slaapkamer. Wij mochten slapen in het stapelbed achter de keuken en de familie verhuisde naar de binnenplaats. Deze slaapplek deed in de ochtend weer dienst als ontbijttafel en een relaxplek om later op de dag heerlijk in de schaduw van de notenboom te zitten. We hadden het slechter kunnen treffen en namen met een gerust hart onze intrek bij deze fantastische familie… wordt vervolgd

Wordt vervolgd

17 juli 2018

Na wat gerommel bij de Iraanse grens met verzekeringen voor de motoren  zijn we uiteindelijk in Urmia aangekomen. Hoezo uiteindelijk?? Vlak over de grens begon de motor van Aad wat tegen te sputteren. De motor viel een keer uit, maar na een paar keer opnieuw starten, konden we weer verder. Niets aan de hand dachten we, vast een vuiltje in de benzine of zo. We moesten nog zo’n 300km dus gas er op en verder. Even later zag ik Aad gebaren maken naar mij en stuurde zijn motor richting de vluchtstrook. (Nou ja, wat daar voor doorgaat). De motor was weer uitgevallen. Het was midden op de dag, dus snikheet. Wat te doen ? Toch maar de motor open maken en proberen er achter te komen wat er aan de hand is, met een bloed hete zon boven op onze kop. Het drinkwater wat we in de motor hadden meegenomen was zo heet geworden dat we met gemak er onze vuile was in hadden doen. Ik besloot Aad bij de motor te laten en op zoek te gaan naar water. Al snel had ik een klein winkeltje gevonden met een man die zijn siësta aan het houden was. Ik denk dat hij bij het zien van mijn komst even gedacht moet hebben dat hij in een surrealistische droom beland was. Oververhitte vrouw met helm in motorpak vraagt om koud water. Het duurde even voordat hij begreep wat ik wilde, ik denk dat hij zichzelf even in zijn arm geknepen heeft om na te gaan of ik wel echt was. Weer bij Aad aangekomen was al snel duidelijk dat het een verloren zaak was en we geen meter meer verder zouden rijden. Met veel haperingen kwamen we uiteindelijk terecht bij wat werkplaatjes van de plaatselijke boeren bevolking. Al snel begon iedereen er zich mee te bemoeien en te bellen voor hulp. Uit alle hoeken en gaten kwamen flesjes drinken te voorschijn en een stoeltje voor mij om op te zitten. Dat was verder voor dat moment mijn taak, zitten en afwachten. Dat de motor niet meer verder kon, daar was iedereen het al snel over eens. Er kwam uit het niets een blauwe pick-up opdagen. Met vele handen en flink wat gelach werd de motor op de pick-up gehesen. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik voorin in kon stappen en Aad zou volgen met mijn motor richting het Hostel waar wie die nacht zouden slapen. Aad was nog bezig iedereen enthousiast te bedanken toen de opgetrommelde  boer gas gaf en in hoog tempo weg scheurde met mij en de motor. Rustig, rustig gebaarde ik nog, maar er was geen beginnen aan. Hij dacht (denk ik) dat ik bedoelde dat de motor om zou vallen. Hij staat stevig gebaarde hij en gaf nog maar eens plankgas. In de buitenspiegel keek ik of ik Aad ergens kon ontdekken, maar nee die was nergens meer te bekennen. De boer stopte nog bij een theestalletje en kwam even later terug met een thermoskan hete thee voor onderweg. Ik had nog even de hoop dat Aad achter ons zou opduiken, maar de eerst twee uur van de rit was hij nergens meer te bekennen. Ik zat samen met de vriendelijke boer, nippend aan mijn hete thee mij af te vragen, waar dit avontuur ons nu weer zou brengen. Zou ik Aad nog terugzien?

Wordt vervolgd……

Voor over

8 juli 2018

Na een reis van vierentwintig uur met auto, vliegtuig, taxi en nachtbus, gaan we weer verder waar we gebleven waren. Deel twee is aangebroken en we zijn weer op weg. Maar eerst een nacht in Kapysiu aan de Zwarte zee geslapen. Een idyllische plek waar het dorpse leven voortkabbelt en in de zomermaanden Duits en Nederlands wordt gesproken. Je moet er wel iets voor over hebben om er te komen. Tien uur in de nachtbus vanuit Istanbul, wat gelijk een hele ervaring is. Je legt je leven toch in de handen van een volkomen vreemde en hoopt maar dat alles goed komt. Vol goeie moed lieten we ons vanaf het vliegveld brengen naar de Otogar. Gelukkig was onze taxichauffeur behulpzaam en zette ons na wat zoeken in de verkeerde straat toch af bij een piepklein kantoortje vol met grote en kleine dozen. Het bleek na wat zoeken in de computer toch het juiste buskantoortje te zijn en we werden verzocht om plaats te nemen op een smalle bank. De man achter het houten schotje wees op de klok elf uur aan, dan zouden we vertrekken. Het was een komen en gaan van mensen en dozen, maar wij bleven zitten en wachten en wachten. Om half een verscheen er toch een luxe touringcar en we mocht mee. Gereserveerde stoelen helemaal vooraan in de bus. Dat gaf mij een goed zicht op het mega drukke verkeer en de buschauffeur. Boven zijn hoofd hing een rode sticker met daarop verboden te bellen in de bus. Ik denk dat hij de sticker niet gezien heeft want aan een stuk door was hij in de donkere nacht met zijn 06 in de weer, tegelijkertijd manoeuvrerend door het drukke verkeer. Met luid getoeter, lichtflitsen en stevige rempartijen tot gevolg. Ik schoot voorover en met angst en beven heb ik mezelf in de gordel gehesen. Volgens Aad was ik de enige in de bus met een gordel om, maar ik was vast van plan om mijn reis deze zomer nog voort te zetten. Wat ondertussen ook gelukt is! Eerst een paar uur bijgeslapen in Hotel Kromna en de motoren opgehaald die startklaar op ons stonden te wachten. Het dorp heeft ons weer uitgezwaaid. 1300 km naar de grens met Iran, wat een feest, ik heb het er allemaal voor over.

een beetje gokken

30 april 2018

Het is altijd weer een verrassing waar we onderweg uitkomen, we weten natuurlijk wel wat het einddoel is van onze reis maar hoe er te komen staat nooit vast. Ook de hotelletjes onderweg boeken we vaak de avond van te voren via Booking.com of zomaar ergens bij een restaurantje met een Wifi. Het viel dus even tegen dat Booking.com niet toegestaan is in Turkije, iets met valse concurrentie of zo. Ook Wikipedia is helaas niet te gebruiken. Jammer, want ook daar halen we onderweg vaak onze info vandaan over wat interessant genoeg is om te bezoeken of desnoods voor om te rijden. Het grappige is nu wel dat we een beetje aan het gokken zijn wat eventueel leuk is en we komen verrassend genoeg op de meest fantastische plekjes van Turkije uit. Stadjes waar alleen de Turken zelf op vakantie gaan, geen buitenlandse toerist te zien.  We worden dan ook over het algemeen enthousiast ontvangen en nieuwsgierig bekeken wat we komen doen. Gisteren werden we zelfs hartelijk ontvangen door de agenten van het plaatselijke politiebureau en mochten we voor die nacht onze motoren parkeren naast het bureau onder het wakend oog van een camera. Waar we ook niet op voorbereid waren zijn de tolwegen die je alleen met een elektronische tolwegkaart op kunt rijden. Daar stonden we dan, voor de poortjes en geen weg meer terug. Na enige twijfel en het feit dat er niets anders meer opzat de gok genomen en toch maar doorgereden met als resultaat dat alle alarmbellen bij de poortjes afgingen. Na enig onderzoek blijkt dat je een tolwegenkaart moet kopen op het postkantoor. Dus vandaag naar de plaatselijke PTT om een kaart te kopen. Aad was in zijn nopjes op het postkantoor want het deed hem aan vroeger denken. Allemaal loketjes met PTT mannen die druk met papieren aan het rommelen waren. Nummertje trekken en wachten. We werden al snel opgemerkt door een PTT beambte, hij wenkte ons en vertelde trots acht jaar in Duitsland gewerkt te hebben. Fijn, want dat was een stuk makkelijker uitleggen wat we nodig hadden om straks verder te kunnen reizen via de tolwegen richting Iran.  Hij nam ruim de tijd voor het invullen van de benodigde formulieren en liet zelfs thee aanrukken terwijl de rij achter ons gestaag langer en langer werd. Moedig slurpte ik de hete Turkse thee naar binnen en ook die van Aad, want die wil geen Turkse thee, ook niet als hij daardoor het gewenste tolwegen vignet kan krijgen. Na vijfenveertig minuten stonden we weer buiten, de lange rij opgelucht, Aad met twee fel begeerde vignetten en ik met de blaren op mijn tong.

en nu wegwezen!

25 april 2018

We hebben heerlijk gereden in Griekenland, de wegen zijn prachtig en de vergezichten adembenemend mooi. De bermen kleuren diep rood van de duizenden klaprozen en de geur van de brem is overal waarneembaar. Vandaag op het gemakje naar de Turkse grens gereden om morgen de veerboot naar Canakkale te nemen. Het was rustig bij de grens, dus we konden ons al snel melden bij het eerste loket. Paspoort, motorpapieren alles oké dus door naar het volgende loketje. Weer dezelfde vraag, paspoort, motorpapieren en gaan dachten wij, maar nee. Ik kreeg alle stempels maar Aad moest wachten op zijn laatste stempel. We moesten de motoren bij het kantoortje parkeren en wachten, ze wilden eerst in de computer kijken. Plekje in de schaduw opgezocht en ondertussen een praatje gemaakt met zes motorrijders uit Finland. Ze zagen er uit of ze zo uit een spannende avonturen roman waren weggelopen. Zes mannen al flink op leeftijd met snorren en baarden op weg naar de Zwarte zee om daar te gaan zwemmen. Ook zij voegden zich bij het kleine loketje waar wij al een poosje stonden te wachten op ??. Tja dan toch maar weer eens vragen, wat er mis was. Iets met de computer zei de man achter het luikje. Dan toch maar weer wachten. Het werd druk met Finnen bij het raampje dus er ging nog een ander raampje open. Wij schoven opnieuw onze papieren door het luikje in de hoop dat we nu de belangrijke stempel zouden krijgen. De douanebeambte bleef aarzelend met Aad zijn papieren in zijn handen zitten en keek er nog eens goed naar. No name zei hij. No, no name zei Aad. Die opeens besefte dat hij het verkeerde deel van zijn kentekenbewijs bij zich had. Shit, net doen of het normaal is, seinde ik. Old bike zei Aad, no name on the paper. Normal in Holland. Na een kwartiertje heen en weer gepraat over de “No name” kregen we de, ondertussen zo gewilde stempel. Nu snel wegwezen!!! zeiden we tegen elkaar voordat hij zich bedenkt. Ik sprong op mijn motor en klik… klik.. geen contact. Accu leeg, geen beweging in te krijgen. Hulpeloos staarde ik in het rond en al snel kwamen de Finnen uit de avonturenroman aangesneld. De mannen met snorren en baarden duwden er op los, maar alleen wat gepruttel was het resultaat. Onopvallend vertrekken ging toen niet meer lukken en ik voelde de ogen van de douanebeambte prikken in mijn rug. De redding kwam van een vriendelijke vrachtwagenchauffeur. Hij trok een paar startkabels tevoorschijn en via de accu van Aad sloeg mijn motor weer aan. Tien rondjes gereden over het parkeerterrein bij de grens om de accu weer op te laden, op naar de laatste slagboom. Uitgezwaaid door zes mannen uit een spannende roman en een goedlachse vrachtwagen chauffeur.

eerste meters

23 april 2018

Thuis kregen we al een e-mail, dat de boot naar Igoumenitsa ruim 6 uur later zou vertrekken dan gepland. Vertraging, terwijl we nog niet eens vertrokken waren voor ons eerste deel van de “hop on hop off tour”.  Door het aangekondigde oponthoud konden we wel rustig vertrekken vanuit Verona, waar de motoren al met bagage op ons stonden te wachten in de kelder van het hotel. Het zou mijn eerste rit worden op mijn nieuwe motor na mijn onfortuinlijke val uit het klimrek, waardoor ik niet helemaal zeker van mezelf op de motor stapte, ons nieuwe avontuur tegemoet. Onwennig reed ik mijn eerste meters richting Venetie en voelde een dikke knoop in mijn maag opkomen. Het verkeer op de snelweg was druk en onoverzichtelijk. Aad reed een stuk voor mij uit en riep dat ik harder moest rijden dan 80! Maar wat ik ook probeerde niets hielp, mijn handen en benen waren zo verkrampt dat ik het gas niet meer in beweging kreeg en geen idee had in welke versnelling ik de motor vooruit probeerde te krijgen. Ondertussen was ik Aad helemaal uit het oog verloren, geen idee waar ik was en welke baan ik aan moest houden om in Venetie uit te komen. Mijn stress level steeg …#*%*$&* naar ongekende hoogte. Op de gok koos ik een rijbaan en zag pas na een paar kilometer Aad vanachter een vrachtwagen tevoorschijn komen. Goed gegokt, wat een opluchting. Vooral omdat ik besefte dat ik niets bij mij had, geen telefoon, adres, of andere papieren die zaten nog in de tas van Aad. Uiteindelijk met het zweet op mijn rug bij de veerboot aangekomen waar we na een tijdje samen met andere motorrijders via een hele steile helling de buik van het schip ingejaagd werden. Motoren op hun plek gezet en aan de praat geraakt met een Italiaanse motorrijdster. Ze vroeg wat onze plannen waren zo helemaal vanuit Holland. Ze reageerde helemaal enthousiast en riep “you are my hero’s” Nou laat dat “Hero” maar zitten dacht ik…..

Wat er aan vooraf ging

1 april 2018

Het is natuurlijk niet zo dat je opstapt en vertrekt, daar komt toch wel wat denkwerk bij kijken. Want als je motor onderweg is en jij af en toe mee mag, dan zit je dus thuis mooi zonder vervoer. Aad had al snel besloten dat hij de “Hop on hop off” tour op de Africa Twin gaat maken en zijn oude Twin uit 1989 voor thuis gaat gebruiken. Voor mij is dat geen optie, mijn Twin is te log en te zwaar voor de hobbelwegen die we op deze wereldreis tegen zullen komen.  Ik kan ook niet goed bij de grond dus dat is soms even een dingetje. Andere motor dus en de keus is gevallen op een Yamaha XT600E, die we hier en daar wat aangepast hebben. Windscherm, verlaagd zadel en een super stoere tank waar een hoop extra liters in kunnen. De aanschaf van de Mosko motortassen is een schot in de roos en ik denk dat ik daar nog veel plezier aan zal beleven. Lekker compact, waterdicht en geen rekken nodig om ze aan te bevestigen. Geen zware koffers meer, dat scheelt weer een hoop gesjouw als je moe bij je slaapplek bent aangekomen. Denken over onze tussenstops, waar kunnen we de motoren veilig stallen? Welke visa hebben we nodig om grenzen te passeren zonder al te veel oponthoud. Gelukkig zijn er meer “Overlanders” die dezelfde behoefte voelen als wij en hebben we veel hulp en tips gekregen om grenzen te gaan verleggen, onze horizon te verbreden en nieuwe mooie mensen te ontmoeten. Wat een fantastisch vooruitzicht.   

Reageren.

2