Deze pagina laat één verhaal zien uit het reisverslag.
Bekijk het gehele reisverslag van de reis in Peru ».

Hoe hoog kun je gaan

10 August 2007

Elke rit die we maken blijft Peru ons verassen door zijn eindeloze wisselende landschappen. Het hoogste meer ter wereld het Titicacameer begroette ons al vanuit de bergen. Het lag er mooi bij en de rit van 400 kilometer was de moeite waard geweest. De dagtrip van de volgende dag stelde ons niet teleur. De mensen die op de rieten drijvende eilanden wonen zijn heel bijzonder en gastvrij. Ik heb er bewondering voor, je zal maar iedere dag een boot van 20 toeristen in je huis en achtertuin moeten ontvangen. Die dan ook nog overal hun camera´s op richten en er lustig op los klikken. Om deze eilanders te steunen en mijn gevoel van inbreuk op hun privacy wat weg te nemen hebben we zo´n geborduurd kleed gekocht waarvan je als je thuis bent niet weet wat je er eigenlijk mee moet doen. Ons lijntje met thuis loopt zoals ieder jaar via internet en Aad zijn telefoon. Telefoon???? floep, foetsie, weg. De hele boot afgezocht, wel 6 x onze tas omgekeerd, maar niks… shit. Er zat niets anders op dan aangifte te gaan doen bij de politie voor de verzekering (De telefoon is van Aad zijn werk). Omdat aangifte doen in het Spaans een heel karwei is en wij alleen nog maar eten kunnen bestellen en iemand een goedendag kunnen wensen in het Spaans. Hebben we de hulp ingeroepen van de zoon van de hotel eigenaar. Hij vertaalde voor ons de aangifte en we konden hem om stipt 7 uur ophalen. En wij waren daar uiteraard op tijd. Het was net wisseling van dienst toen wij binnen kwamen. Er stonden 8 agenten als playmobiel poppetjes op een rij met een agent met belangrijk hoofddeksel er voor. Zij riepen leuzen en wensten elkaar een buenos noches (een goede avond). Wij mochten na deze ceremonie plaats nemen in een hokje met ooit eens geel gesausde muren en linoleum die vast ooit eens geglommen had. In deze kale ruimte mochten we plaats nemen op een versleten bankstel wat in Nederland ook de kringloop winkel niet meer in komt. De agent die met onze aangifte zat te stoeien op een computer uit ver vervlogen tijden deed zijn uiterste best om alles netjes voor elkaar te krijgen. Hij nam er alle tijd voor om alle Nederlandse woorden goed te spellen. Uiteindelijk was het dan zo ver en het velletje papier verdween ratelend door de printer. Er werden 3 stempels opgezet en Aad dacht klaar te zijn met het zetten van zijn handtekening. Maar nee, ook zijn vingerafdruk kwam onderaan op het velletje te staan en in het schoolschriftje van de agent. De man met de hoge belangrijke pet kwam alles nog even controleren. Na een stevige hand en nog een fijne reis stonden wij weer buiten. Aad met een blauwe vinger van het stempelkussen en ik ondertussen een beetje licht in mijn hoofd. We zaten immers bij het meer op 3800 meter en dat begon bij mij zijn tol te eisen. Toch de volgende ochtend weer op de motor geklommen en op weg de bergen in met hoogste punt 4600 meter. Op naar de Condor vallei! De hoogvlakte heb ik ervaren als een desolate omgeving. Veel wilde zwerfhonden en geen groen grassprietje te zien. Zelfs geen cactus. We zijn gestopt bij een “restaurantje” waar veel vrachtwagens stonden. Wij hebben ondertussen geleerd als er vrachtwagens staan dan kun je er goed eten en wij hoopten daar benzine te kunnen krijgen want wij waren zo goed als leeg gereden. Door de hoogte was mijn lichamelijke conditie ook leeggelopen en ik voelde mij met het uur zieker worden. In elkaar gedoken zat ik aan het houten tafeltje in het schamele restaurantje. De mevrouw die dit kleine onderkomen voor chaufeurs beheerde en voor hen zorgde bleek een vrouw uit duizenden. Ze sprak ernstig tegen Aad en mij in het Spaans en ook de chauffeurs waren het zo te zien roerend met haar eens. Ik kreeg een kop cocathee met citroen tegen de hoogteziekte en een vriendelijk klopje op mijn rug. We hebben toen.. Of eigenlijk Aad.. want ik kon niet meer helder denken… besloten om de Condor vallei maar te laten voor wat hij was en we zijn afgedaald naar beneden. De Condor vogels zullen ook wel op grote hoogte vliegen zonder ons.