Na een dagje de toerist uitgehangen in Arequipa eindelijk op weg. Het was weer even wennen aan elkaar en aan de motor. De eerste kilometers vind ik altijd het zwaarst van de hele vakantie. Niks zit nog lekker, de bagage zakt nog scheef en ik moet wennen aan de motor. De eerste paar kilometers kon ik mijn rem niet vinden omdat mijn valbeugel in de weg zat en ik mezelf. Zweet op mijn rug en mijn zonnebril in het hotel laten liggen. Grrr… gelukkig blijft Aad kalm en is weer terug gereden want zonder zonnenbril door de woestijn gaat echt niet lukken. Verder wel goed voorbereid op pad. Kaarten en route beschrijving in de aanslag voor de eerste 200 kilometer. Na 100 kilometer waren wij het spoor volledig bijster. Er was op deze weg richting de Atlantische Oceaan maar een weg met een afslag die wij wel 4 keer hebben genomen om steeds weer bij het zelfde benzine station uit te komen. Uiteindelijk daar maar gaan zitten met een flesje Inca cola, dat is een of ander super zoet geel goedje maar in tijden van nood en ernstige woestijn dorst meer dan welkom. Met ons boekje “Hoe en wat Spaans” de weg gevraagd aan de eigenaar van het “winkeltje” die ons weer in de goede richtig op weg hielp. Gewoon rechtdoor en niet meer omkijken was zijn advies. Dit advies ga ik deze hele reis maar gewoon opvolgen want ondertussen zijn we 600 kilometer verder en was de reis adembenemend door de woestijn. Het is een vreemde combinatie aan de ene kant van de weg die grote oceaan en aan de andere kant zand, zand en nog eens zand. Afgewisseld met rotsen, super cactussen en grote temperatuurswisselingen. Het was een hele ervaring. Vooral de zandstorm aan de binnenkant van mijn helm gaf mij een hoog Dakar gevoel. Over enkele ogenblikken gaan we niet rechtdoor maar omhoog……. vliegen whaaa . Ik denk dat ik mijn helm maar op zet want volgens de verhalen zijn het toch buitenaardse wezens geweest die die lijnen hebben getekend in de aarde van Nasca. Of toch gewoon maar omhoog kijken en niet meer achterom…..