We hebben het drukke Cusco verlaten en de rust van de heilige vallei opgezocht. Met de Machu Pitchu als kloppend hart in het midden. Alles draait hier om de geschiedenis van de Inca`s en de Spanjaarden die hier flink tekeer zijn gegaan toen ze hier voet aan wal zetten. De pracht en praal die vooral te zien is in de vele kerken die gebouwd zijn op de overblijfselen van de Inca bevolking schittert je tegemoet als je een kerk gaat bezoeken. Gejat goud dus van de Inca´s zie je overal terug in de vele beelden en andere heilige voorwerpen. Ik kijk met gemengde gevoelens naar al die heiligheid. Gelukkig hebben de Spanjaarden op hun rooftochten en de drang om de Inca´s te bekeren niet alles kunnen vinden en vernietigen. De Machu Pitchu was dan ook de moeite van het vroege opstaan waard. Om 6 uur met de trein mee voor een rit van 4 uur door de heilige vallei. Uiteindelijk kom je aan op een bergtop en kun je je er geen voorstelling van maken dat daar ooit mensen zo´n stad hebben kunnen bouwen. Wat ik wel fijn vond is dat er niets bekend is over de geschiedenis van deze stad en zijn bewoners. Je kan er dus gewoon terwijl je daar loopt een beetje mijmeren en een eigen invulling geven over hoe ze daar hebben geleefd en wat de functie is geweest van de steenhopen die er liggen. Was deze steen bijvoorbeeld een wasplaats of hebben ze hier geofferd aan de goden hebben ze hoofden afgehakt of harten uitgerukt. Heerlijk om daar rond te lopen! Volgens de Inca’s is in deze vallei de regenboog geboren en ik geloof het ook. Alle ingredienten die daar voor nodig zijn die zijn hier aanwezig. Het rood van de aarde de strak blauwe luchten en de kleurrijke bevolking maken dat je er een regenboog gevoel van overhoud. Ook op de momenten dat het even tegen zit als je geboekte hotel vol zit en je in een soort boerenschuur gedropt wordt of je halverwege de terug reis met de trein er uit moet (reden nog steeds onbekend) en het verder zelf maar uit moet zoeken. Het regenboog gevoel van Peru kan voorlopig niet meer stuk.